Elkaar verleiden om de openbare ruimte te verbeteren

AF0B250B65234796B304348E48CB8255Onlangs is Arjen van Beek geïnterviewd voor de Nieuwsbrief van de Provincie Noord-Brabant. U kunt de Nieuwsbrief terugvinden op www.brabant.nl

Hoe optimaliseer je de bereidheid van burgers, ondernemers en andere partijen om de openbare ruimte te verbeteren? Het Experimentenprogramma WijkInvesteren zoekt het antwoord. In Nispen gaat die bereidheid mooie dingen opleveren.

 Voorheen was het simpel: als de openbare ruimte ergens een opknapbeurt kon gebruiken, dan keek iedereen naar de gemeente, de provincie, de woningcorporatie. Zij zorgden ervoor. Maar tijden veranderen. Vanaf nu zijn het inwoners, ondernemers, fondsen en banken die het initiatief mogen nemen. De vraag is alleen: hoe optimaliseer je de investeringsbereidheid van die “nieuwe partijen”? ‘Wie het antwoord weet, heeft het ei van Columbus in handen, want zelf doen is het nieuwe motto voor de komende jaren,’ zegt Radboud Engbersen. Hij werkt voor Platform31, de organisatie die in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken het programma WijkInvesteren uitvoert. ‘Wij onderzoeken hoe je partijen kunt laten samenwerken om de openbare ruimte te verbeteren.’

 Sneeuwbaleffect

De eerste ervaringen (tijdens pilots in Zwolle, Emmen, Rotterdam en Nispen) leren dat aanstekelijk enthousiasme een cruciale succesfactor is. ‘Als de ene partij ziet dat de andere partijen een steentje wil bijdragen, dan zijn zij zelf ook bereid om tijd en energie te investeren. De bank doet mee als ze ziet dat de bewoners zich inzetten. En lokale ondernemers hebben alle belang bij een levendige publieke ruimte. Zo kun je ook de gemeente benaderen: “Wij begrijpen dat jullie niet meer de bedragen van vroeger geven. Maar wat kunnen jullie wél betekenen? Als wij er veel tijd in steken, willen jullie dan twee prachtige bomen plaatsen?” Zo probeer je elkaar over de streep te trekken. Niemand moet het gevoel krijgen dat hij er alleen voor staat. Verleid elkaar tot iets moois.’

 Nispen

Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Tijd voor een bezoekje aan Nispen (1500 inwoners), waar het dorpsplein wordt omgetoverd tot een bruisend dorpshart, een recreatieve pleisterplaats. De ondernemers investeren in panden en voorzieningen, de provincie en de gemeente helpen mee met relatief bescheiden financiële bijdragen, de kerk stelt grond beschikbaar zodat het Kerkplein autovrij wordt. En heel veel Nispenaren steken hun handen uit de mouwen. ‘Als bewonersplatform trekken we in dit traject gezamenlijk op met de gemeente Roosendaal, maar het zijn de bewoners zelf die het doen,’ zegt Arjen van Beek. ‘We hadden 12 leden, nu zijn het er 68 en we hebben acht werkgroepen.’ De tekeningen zijn klaar, de stenen zijn gekozen. In juli 2015 moeten alle projecten (waaronder ook een TurfTuin en een mountainbikeroute) gereed zijn. Het geheim? ‘Het enthousiasme van de inwoners,’ antwoordt Arjen van Beek direct. ‘De wensen van de inwoners moeten steeds centraal staan. Hier werden die duidelijk uit een enquête over leefbaarheid. Vervolgens zijn die wensen verwerkt in een concreet plan. Die aanpak geeft zo veel energie, daar word je enthousiast van!’

 Essentieel

Van Beek prijst zich gelukkig dat het Nispense project deel uitmaakt van het programma WijkInvesteren. ‘Wij kunnen leren van andere pilots en methoden, anderen leren van ons, en uiteindelijk vinden we zo het antwoord op de vraag hoe je burgers kunt stimuleren en vervolgens kunt faciliteren.’ Radboud Engbersen: ‘WijkInvesteren zoekt naar thema’s waar bewoners in willen investeren, zoals een dorpsplein. En we zoeken naar manieren om in een tijd van schaarse publieke middelen toch dingen te realiseren. Dan maar geen plein met de allerduurste stenen, maar wel iets dat de moeite waard is en waar je zelf je bijdrage aan hebt geleverd. Ons programma moet duidelijk maken wat er mogelijk is, maar ook waar de grenzen liggen. Een lokale aannemer kan prima zijn steentje bijdragen, en de landschapsarchitect ook. Maar de riolering vervangen, dat kunnen bewoners niet zelf. En die ondergrondse parkeergarage kunnen ze ook niet aanleggen. Maar als bewoners zelf met een concreet plan komen, precies aangeven wie er nog meer willen meedoen, als ze heilig vuur hebben – óók als het na de eerste successen even tegenzit –, dan ontstaat er iets wat veel leuker en interessanter is dan wat vroeger op de automatische piloot gebeurde.’