WG 5: TurfTuin / PastorieTuin


DSC02328Twee locaties met elk hun eigen karakter.
Verantwoordelijke: Marco Schillemans

Contact: turftuin@de-heerlijckheijd-nispen.nl

TurfTuin
Achter de kerk in Nispen zijn een aantal volkstuinen te vinden en wat braakliggende grond. Aan de zijde van het Kerkplein is er geen toegang door een scheiding met een hekwerk. In 2012 is er een voetpad aan de achterzijde aangelegd, welke als toegang dient voor een veilige gang van de kinderen naar de basisschool De Linde.

Voor de TurfTuin staat het creëeren van een belevingstuin voor jong en oud voorop, waarin de verbeelding van de turf centraal staat. Hiernaast dient de tuin beschikbaar te zijn voor individuen en (kleine) groepen om in de buitenlucht te recreëren, zich terug te trekken en/of plaats te nemen in een klein buitentheater. Tevens dient de tuin een opvangplaats te zijn voor t hemelwater afkomstig van de parkeerplaats (zie WG2).

PastorieTuin
In Nispen is centrum voor Wonen & Zorg De Pastorie gevestigd van Groenhuysen. Deze bijzondere locatie heeft 20 luxe appartementen, bedoeld voor mensen met zowel lichte als zware zorgbehoeften. Aan de voorzijde bevindt zich de PastorieTuin grenzend aan het Kerkplein (zie WG2), welke van alle zijden is ‘in te zien’, maar is nu echt een tuin voor de voormalige Pastorie die met een muurtje is omrand.

Om meer verbinding te maken tussen de bewoners van de Pastorie, Nispenaren en bezoekers aan Nispen, zal deze tuin een meer open karakter krijgen en toegankelijker. Het verblijven in de tuin zal uitnodigend worden met name voor fietsers.

Beide projecten kunnen niet tot stand komen zonder de medewerking van vrijwilligers. Samen maken we het! Wil je meedoen, in welke vorm dan ook laat t weten.

Turf
de turf zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [tʏrf] Verbuigingen: turven (meerv.) stuk gedroogd veen dat vroeger als brandstof werd gebruikt

Het gebruik van veen als brandstof is erg oud. De Romein Plinius de Oudere beschreef in Naturalis Historia dat de Chauken van modder ballen draaiden en die als brandstof gebruikten. Toen in de middeleeuwen de bevolking bleef groeien en het hout steeds schaarser werd kwam turf op grote schaal als brandstof in gebruik. Niet alleen voor huisgebruik, maar ook door de ambachtslieden en bij industriële activiteiten. In de moerassige veengebieden hadden afgestorven planten na honderden jaren een metersdikke veenlaag gevormd die men kon wegsteken of kon opbaggeren om het vervolgens te drogen te leggen op legakkers. De turf werd daarna met platbodemschepen, deels langs speciaal aangelegde kanalen, naar de gebruikers gevaren.

Het westen van het latere Noord-Brabant was in de dertiende eeuw een van de eerste gebieden in Noord-West Europa waar op grote schaal en met bedrijfsmatige aanpak turf werd gewonnen, onder meer ten behoeve van de steden als Antwerpen, Gent en Brugge. Later kwamen daar de steden in Holland en Breda bij. Aanleiding was het toenemende tekort aan brandhout en de groei van Vlaamse steden. Grondbezitters zoals de Hertog van Brabant, Heren van Breda, Heren van Bergen op Zoom en de Abdij van Tongerlo verpachtten of verkochten grond ter vervening.
(bron: Wikipedia)

Terug naar: Overzicht werkgroepen